Cancer Center Amsterdam
Wij zijn Amsterdam UMC- Cancer Center Amsterdam
De meeste mensen kennen Cancer Center Amsterdam van de rood-blauwe 'blokkendoos', het gebouw langs de A10. Jarenlang was dit gebouw een herkenningspunt voor iedereen die Amsterdam binnenreed. Inmiddels is het gebouw niet meer in gebruik. De onderzoekers zijn verhuisd naar het splinternieuwe Research & Diagnostics Centre Adore. Maar Cancer Center Amsterdam is nooit één gebouw geweest. Het is een gemeenschap van mensen, kennis en zorg die elke dag samenkomt rond één doel: betere zorg voor mensen met kanker.
Cancer Center Amsterdam is het oncologisch expertisecentrum van Amsterdam UMC. Hier zijn zorg, onderzoek en onderwijs onlosmakelijk met elkaar verbonden onder één dak, in nauwe samenwerking met de regio.
Aan de ene kant is er het onderzoeksinstituut, waar bevlogen onderzoekers iedere dag op zoek zijn naar nieuwe behandelmogelijkheden voor patiënten. Aan de andere kant zijn er de zorgafdelingen en poliklinieken, waar professionals samenwerken voor de patiënt áchter de ziekte. De lessen uit onderzoek passen zij zo snel en zorgvuldig mogelijk toe in de zorg. Zo worden behandelingen steeds beter, gerichter en vaak ook minder belastend voor de patiënt.
Voor patiënten betekent dit dat zij hier toegang hebben tot de meest actuele kennis en innovatieve behandelingen. Rond iedere patiënt staat een team van experts dat samen kijkt naar de ziekte en naar de mens daarachter. Niet alleen: wat kan er medisch? maar ook: wat past bij deze patiënt en zijn of haar leven?
Ook voor medewerkers is het een bijzondere plek. Ze werken in een omgeving waar zorg en onderzoek samenkomen, waar samenwerking vanzelfsprekend is en waar ruimte is om te leren en te groeien.
Cancer Center Amsterdam is binnenkort misschien niet meer te herkennen aan één gebouw langs de A10. Maar het leeft elke dag voort in de mensen die hier werken en in de zorg die zij samen mogelijk maken.
Fotografie portretten: Rafael Smit
“Oncologiepatiënten stappen in een achtbaan waar ze niet zelf voor gekozen hebben”
Desiree Vreken-Weij - Poli-verpleegkundige KNO
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder: het lied van Ramses Shaffy vat voor poli-verpleegkundige KNO Desiree precies samen wat werken in de oncologische zorg betekent. “Dat zijn eigenlijk de dingen die je hier allemaal tegenkomt,” zegt ze. “En waar je als verpleegkundige een rol in hebt.”
Desiree werkt al veertig jaar in de zorg. Je zou het door haar lange staat van dienst niet verwachten, maar haar keuze voor de zorg ontstond per toeval. “Ik ging met een vriendinnetje mee naar een open dag, zonder een duidelijk plan. En ineens voelde het logisch.” Wat begon als een spontane keuze, groeide uit tot een loopbaan die ze al decennialang met volle overtuiging uitoefent.
Ze begon met de inservice-opleiding verpleegkunde, destijds nog in het VU-ziekenhuis. Ze kwam al vroeg in aanraking met oncologie. Eerst aan het bed en sinds 2000 als poli-verpleegkundige op de KNO-polikliniek, een plek waar ze is gebleven en die ze goed kent.
“Oncologiepatiënten stappen in een achtbaan waar ze niet zelf voor gekozen hebben,” zegt ze. “En vaak begrijpen ze in het begin maar de helft van wat er gezegd wordt.” Juist daar ziet zij haar rol: als iemand die overzicht houdt en helpt om orde te scheppen in een periode die voor veel patiënten verwarrend en intens is.
In veertig jaar tijd heeft ze veel zien veranderen. Behandelingen zijn minder ingrijpend geworden, technieken verfijnder, de aandacht voor kwaliteit van leven groter. “Het gaat niet alleen om behandelen, maar ook om hoe iemand met kwaliteit van leven verder kan leven.”
Wat ze soms mist, is tijd. Tijd om mee te lopen met de arts, om even samen de wachtruimte in te kijken, om een praatje met de patiënt te maken, zonder agenda. “Het persoonlijke contact staat soms onder druk,” zegt ze. “Dat vind ik wel eens lastig, want juist daar zit vaak veel waarde.”
Desiree ziet veel voordelen in het werken binnen een academisch ziekenhuis. De expertise is aanwezig en de lijnen tussen specialismen zijn kort. “Waar het streekziekenhuis stopt, gaan wij verder,” zegt ze. Voor patiënten met complexe problemen betekent het dat onderzoeken, overleg en behandeling op één plek samenkomen. Ze merkt dat sommige patiënten aanvankelijk opzien tegen de grootte van het ziekenhuis, maar dat gevoel verdwijnt zodra ze hun weg hebben gevonden.
Desiree is de langst werkende op de poli KNO, een ‘moederkloek’ zoals ze het zelf lachend noemt, en een vraagbaak voor collega’s. Maar ze waakt ervoor alles over te nemen. “Die nieuwe generatie moet ook groeien. Dat kan niet als je alles voor ze oplost.”
Helaas eindigt niet elk gesprek op de polikliniek met perspectief voor de patiënt. Soms is er geen behandeloptie meer. In die situaties probeert ze vooral praktisch te blijven. “Dan zeg ik: stel dingen niet uit. Doe wat belangrijk voor je is, nu het nog kan.”
Aan het eind van het lied van Shaffy zit de zin: niet zonder ons. Dat is volgens Desiree precies de kern van haar werk: “Patiënten kunnen niet zonder ons zorgverleners; ze hoeven het niet alleen te doen. Ik hoop dat ik in een moeilijke tijd een steun voor ze kan zijn.”
“In een ziektebeeld waar zekerheid zeldzaam is, is een stukje houvast van grote waarde”
Myron Best - Neurochirurg in opleiding en arts-onderzoeker
Wie met Myron samenwerkt, weet al snel: hij ziet details die anderen soms missen. In het lab kan hij minutenlang naar een dataset kijken, op zoek naar dat ene afwijkende patroon. In de operatiekamer geldt hetzelfde. “De marges in de hersenen zijn klein,” zegt hij. “Daar moet je heel precies werken.” Zijn aandacht voor detail werd uiteindelijk bepalend voor zijn loopbaan.
Myron is neurochirurg in opleiding en arts-onderzoeker en specialiseert zich in kanker in de hersenen. Zijn werk speelt zich af op twee plekken die op het eerste gezicht ver uit elkaar liggen: het ziekenhuis en het laboratorium. Maar voor Myron zijn die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Het technische, creatieve aspect van onderzoek doen sprak hem aan. Dat leidde tot een onderzoekstage bij het Hersentumorcentrum (onderdeel van Amsterdam UMC – Cancer Center Amsterdam), en uiteindelijk tot het combineren van zijn arts-opleiding met een promotietraject. Hij werd daarmee de eerste MD-PhD-student in Amsterdam.
Om onderzoek te kunnen combineren met werk als arts, moet je voortdurend kunnen schakelen tussen niveaus. In de kliniek ziet hij patiënten met ingrijpende diagnoses, zoals tumoren die ontstaan zijn in de hersenen of uitzaaiingen naar de hersenen. De vooruitzichten zijn vaak niet goed, en behandelingen zwaar. “Mensen zoeken informatie, duidelijkheid, iets om zich aan vast te houden.”
In het lab werkt hij aan onderzoek dat precies daarop inspeelt. Door genetische profielen in bloedplaatjes te analyseren, hoopt hij beter te kunnen voorspellen of een tumor echt terugkeert, of dat er sprake is van een behandelreactie. “Als je mensen iets meer duidelijkheid kunt geven over wat ze zien op een scan en wat dat betekent,” zegt hij, “dan geef je ze rust, al is het maar een beetje. In een ziektebeeld waar zekerheid zeldzaam is, kan dat kleine stukje houvast van grote waarde zijn.”
Myron benadrukt hoe belangrijk context is in onderzoek. “Elke datapunt staat voor een patiënt, een familie, een verhaal. Juist omdat ik beide werelden ken, kan ik dat perspectief meenemen.” Hij ziet ook de grote waarde van patiëntenorganisaties. Zij dragen niet alleen bij aan financiering, maar vooral aan verbinding. Publieksdagen in het lab, waar patiënten en naasten zien wat er met hun bijdrage gebeurt, maken het werk tastbaar voor zowel onderzoeker als patiënt.
Een hersentumor maakt niet alleen het lichaam ziek, maar heeft ook invloed op iemands denken, gedrag en emoties. “Daarom is het zo mooi dat neurologisch en oncologisch onderzoek binnen Amsterdam UMC samenkomen bij Adore, en in de Patient Research Group Neuro-oncologie waar neurologen, neurochirurgen, oncologen, radiotherapeuten, pathologen en onderzoekers samenwerken. Daardoor ontstaat beter begrip van wat een hersentumor met iemand doet en kunnen we verder kijken dan alleen de tumor.”
Na zestien jaar geneeskunde, onderzoek en opleiding weet Myron dat niet alles maakbaar is. Onderzoek vraagt doorzettingsvermogen, maar ook een portie geluk. “Ik hoop uiteindelijk bij te kunnen dragen aan betere vooruitzichten voor patiënten met hersentumoren. Als we mensen meer duidelijkheid kunnen geven, dan is dat al enorm waardevol.”
"Uit onderzoek blijkt dat de behandeling effect heeft. Dan weet je: dit is niet voor niets”
Rosita Sadhoe - Radiotherapeutisch laborant
Als Rosita vertelt over haar werk, doet ze dat zonder omwegen èn met trots. Ze werkt al bijna dertig jaar bij (de voorloper van) Amsterdam UMC, grotendeels op dezelfde afdeling. “Ik heb heel veel voldoening in mijn werk,” zegt ze. “En ik kom hier nog elke dag met plezier.”
Rosita is radiotherapeutisch laborant en gespecialiseerd in hyperthermie, een aanvullende behandeling bij radiotherapie die maar in een paar centra in Nederland wordt aangeboden.
Ze werd geboren in Suriname en werkte daar jarenlang op de afdeling radiologie. Begin jaren negentig kwam ze naar Nederland en volgde in het Amsterdam AMC de opleiding voor radiotherapie, een vakgebied dat in Suriname toen nog niet bestond.
In 2013 ging Rosita terug naar Suriname, waar net een radiotherapieafdeling was opgezet. Een bijzondere tijd: ze werkte er als ervaren kracht en begeleidde studenten. “Ze hadden mensen nodig met ervaring,” vertelt ze. “Om het vak goed neer te zetten.” Laat dat maar aan Rosita over. Na vier jaar kwam ze terug naar Amsterdam en werd ze opnieuw aangenomen op haar oude plek.
Toen ze terugkwam in Nederland koos ze ervoor om zich te specialiseren in hyperthermie. Hyperthermie wordt toegepast in combinatie met bestraling, vooral bij patiënten met teruggekeerde kanker. “Je bestraalt eerst en binnen een uur geef je hyperthermie,” legt Rosita uit. “Door die combinatie krijgen kankercellen minder kans om zich te herstellen.”
Tijdens de behandeling wordt het aangedane gebied met elektromagnetische golven gecontroleerd verwarmd tot ongeveer 41 tot 43 graden. “Je wekt eigenlijk plaatselijk koorts op,” zegt ze. “Maar het moet heel precies. Te heet wil je niet, want dan krijg je andere klachten.”
Het werk is technisch complex en specialistisch. Wat haar werk ook bijzonder maakt, is het contact met patiënten. Tijdens een hyperthermiebehandeling (zo’n anderhalf uur) blijft ze de hele tijd in de kamer. “We zijn continu bij de patiënt,” vertelt ze. “Zo kunnen we als iemand pijn voelt of ongemak ervaart, meteen bijsturen.”
Doordat patiënten vaker terugkomen, ontstaat er soms een bijzondere band. Vaak heeft ze mooie gesprekken, kan ze iemand moed inspreken. Maar soms is iemand te moe en wil slapen. “Dat is allemaal goed,” zegt Rosita. “De patiënt is leidend.”
Rosita merkt de meerwaarde van het wetenschappelijk onderzoek dat in haar vakgebied binnen Cancer Center Amsterdam wordt gedaan. Nieuwe inzichten worden onderbouwd met data en studies, waardoor behandelkeuzes steeds beter worden. “Je ziet uit onderzoek dat de behandeling effect heeft. Dan weet je: dit is niet voor niets.”
Hyperthermie trekt bovendien internationale belangstelling. Rosita heeft artsen en technici uit het buitenland rondgeleid, tot Korea aan toe. “Dan merk je dat we echt voorop lopen met deze techniek.”
Rosita werkt nog een paar jaar tot haar pensioen. Maar zolang ze er is, blijft ze met plezier werken. Ze heeft fijne collega’s, een hecht team en een vak waarin techniek en menselijk contact samenkomen, al dertig jaar lang.
“Je werkt elke dag aan het oplossen van kleine puzzelstukjes”
Rieneke van de Ven-van Balken - Universitair docent en onderzoeker
Als universitair docent en groepsleider van het tumorimmunologisch onderzoek binnen de hoofd-halskankergroep werkt Rieneke elke dag met één diepgewortelde drijfveer. “Toen ik heel jong was, ben ik mijn moeder verloren aan kanker. Dat is altijd de reden geweest om dit werk te gaan doen.”
Die gebeurtenis vormt nog steeds de basis van haar inzet. “Je hoopt dat je met je werk uiteindelijk kunt bijdragen aan betere behandelingen. Dat het verdriet dat je zelf hebt gekend, anderen bespaard blijft.”
Tijdens haar studie biomedische wetenschappen ontdekte ze haar interesse voor het afweersysteem. “Ik wist dat ik kankeronderzoek wilde doen en vond immunologie heel interessant.” Sinds 2022 werkt ze als universitair docent. Het begeleiden van jonge onderzoekers is een belangrijk onderdeel van haar werk. “Ik vind het heel leuk om mijn passie over te dragen. Te zien hoe zij groeien, hun eigen weg vinden en nieuwe inzichten ontwikkelen.”
In haar huidige onderzoek duikt ze met haar team diep in de wereld van hoofd-halskanker. Ze kijkt hoe tumorcellen en afweercellen elkaar beïnvloeden, om zo te begrijpen waarom sommige patiënten goed reageren op immuuntherapie en anderen minder. Daarbij zoekt haar groep naar manieren waarop tumoren het afweersysteem onderdrukken en hoe je dat kunt doorbreken. “We starten nu een klinische trial, een onderzoek waarin we immuuntherapie direct in de tumor van de patiënt toedienen. We hopen dat dat effectiever is en minder bijwerkingen geeft.”
Rieneke werkt al bijna haar hele carrière bij Amsterdam UMC - Cancer Center Amsterdam. De meerwaarde daarvan is voor haar duidelijk. “Cancer Center Amsterdam geeft een wij-gevoel. Je hebt je eigen onderzoeksgroep, maar er ligt nog een laag overheen waarin we allemaal hetzelfde doel nastreven.”
Ook de ruimte voor jong talent bij Cancer Center Amsterdam vindt ze belangrijk. “De seed funding die je als jonge onderzoeker kunt krijgen, is zó waardevol. Daardoor kun je ideeën testen die nog niet rijp zijn voor grote subsidiefondsen. Ik heb daar in mijn carrière veel aan gehad.”
Voor Rieneke zijn de mooiste momenten in het onderzoek die waarop resultaten uit het lab daadwerkelijk betekenis krijgen voor patiënten. Bijvoorbeeld de ontdekking uit haar promotietijd die uiteindelijk leidde tot een vaccin dat nu wordt getest. “Het is heel bijzonder om te zien dat iets waar jij bij aan de wieg hebt gestaan, patiënten helpt. Dan weet je waarvoor je het doet.”
En zo blijft ze iedere dag gedreven door nieuwsgierigheid, vakliefde en iets dat nog dieper zit. “Je werkt elke dag aan het oplossen van kleine puzzelstukjes. En je hoopt dat al die stukjes samen leiden tot betere zorg. Dat is wat mij motiveert.”
“Onderzoek geeft mij de kans om echt iets te betekenen voor patiënten”
Loes Noteboom - Verpleegkundig onderzoeker
Loes begon ooit als verpleegkundige, maar inmiddels is ze verpleegkundig specialist en actief onderzoeker. Die combinatie past haar heel goed. “Ik wist al heel jong dat ik in de zorg wilde werken. Met mensen werken, ècht iets voor iemand kunnen betekenen; dat zit gewoon in mij.”
Jarenlang werkte ze op de afdeling en vervolgens op de polikliniek waar patiënten worden behandeld aan slokdarm- en maagkanker. Daar zag ze dagelijks hoe zwaar het herstel kan zijn. Na een operatie houden veel patiënten uiteenlopende klachten. “En eigenlijk wisten we helemaal niet goed wat we daarmee moesten. Iedereen deed iets anders: medicatie, extra onderzoek, interventies. Er zat geen lijn in.” Die praktijkervaring werd de aanleiding om onderzoek te gaan doen.
Samen met chirurgen en collega’s ontwikkelde Loes een behandelprotocol om beter grip te krijgen op deze klachten. “We zijn met verschillende specialisten om tafel gegaan en hebben gekeken: wat weten we eigenlijk? Wat doen we nu? En wat werkt echt?” Uit dat werk ontstond een multidisciplinair overleg dat elke twee maanden plaatsvindt. “Daar bespreken we complexe patiënten en toetsen we wat ons protocol oplevert. Dat heeft al heel veel inzicht gegeven.”
Loes werkt nu aan meerdere studies tegelijk. Eén daarvan onderzoekt slikvideo’s: röntgenopnames waarbij patiënten een vloeistof drinken zodat zichtbaar wordt hoe de ‘buismaag’ functioneert na een slokdarmoperatie. “We willen weten of je al vroeg kunt zien welke patiënten blijvende klachten gaan houden. Want nu zeggen we vaak: wacht maar, het gaat vanzelf wel over. Maar soms is dat helemaal niet zo.”
Daarnaast start ze een studie waarin ze patiënten en hun naasten interviewt over hun kwaliteit van leven na een ingreep. “De impact is niet alleen lichamelijk. Het raakt hun dagelijks leven, hun relaties, hun zelfstandigheid. Dat verhaal willen we begrijpen.”
Hoewel ze pas een paar jaar actief onderzoek doet, voelt het voor Loes bijna alsof het altijd al in haar zat. “Tijdens mijn opleiding tot verpleegkundig specialist kreeg ik voor het eerst echt de smaak te pakken. Je kunt met wetenschappelijk onderzoek zoveel waarde teruggeven aan je eigen praktijk.”
Maar vanzelfsprekend was het niet. “Ik dacht altijd: onderzoek is voor chirurgen en artsen. Dat kan ik niet. Tot iemand zei: natuurlijk kun jij dit. Laten we het gewoon doen.” Die steun was cruciaal. “Soms heb je iemand nodig die dat zetje geeft.”
Amsterdam UMC - Cancer Center Amsterdam speelt daarin een belangrijke rol. “Er zijn werkgroepen en overleggen waarin je met onderzoekers en collega-specialisten kunt sparren. Dat is heel waardevol. Chirurgen kijken anders dan verpleegkundigen. Juist door samen te kijken naar patiëntproblemen kom je verder.”
Loes hoopt dat meer verpleegkundig specialisten de stap durven te zetten. “Het hoeft geen hoge drempel te zijn. Je kunt zoveel betekenen voor patiënten door onderzoek te doen. Pak die kans. En kijk naar wat er via Cancer Center Amsterdam allemaal mogelijk is."
“De punt achter mijn leven staat er, maar ik ben er nog”
Dick van Nieuwenhuizen over leven met kanker
Het was coronatijd toen Dick van Nieuwenhuizen (74) uit Kortenhoef met de zoon van zijn zus en diens zoon naar Las Vegas vloog. Een bijna leeg vliegtuig, veel medicijnen en een tijdsverschil van negen uur. Niet bepaald de ideale omstandigheden voor iemand die al jaren met kanker leeft. En toch ging hij. “Ik heb en wil absoluut geen bucketlist,” zegt hij nuchter, “maar dit leek me gewoon mooi. Drie generaties samen. En als het kan, waarom niet?”
Die houding typeert hem. De ziekte is er, onmiskenbaar. Maar hij weigert zijn leven er volledig door te laten bepalen.
In 2014 begon het met slikklachten. Hij dacht aan stress: zijn schoonzus was kort daarvoor overleden en hij had een drukke baan. Totdat een arts in zijn eigen ziekenhuis aandrong op verder onderzoek. Binnen een kwartier was het duidelijk: een kwaadaardige slokdarmtumor. “Dan zegt iemand: ‘Hou elkaar maar even vast’. Dan weet je genoeg.”
Eerst was er hoop: geen uitzaaiingen, zo leek het; een operatie werd geopperd. Maar na aanvullend onderzoek op de GIOCA-poli van Amsterdam UMC – Cancer Center Amsterdam bleek de kanker toch uitgezaaid en ongeneeslijk.
“Dan zakt de bodem wel onder je voeten vandaan. Ik heb afscheid genomen van mensen, terwijl ik er nu nog gewoon ben. Dat is misschien wel het meest bizarre wat ik heb meegemaakt.”
Met prof. dr. Hanneke van Laarhoven en haar team werd een behandelplan opgesteld. "Uit biopten bleek dat ik naast chemotherapie ook in aanmerking kwam voor doelgerichte therapie.”
Dat bleek een gouden combinatie: dankzij de inmiddels meer dan 200 kuren in combinatie met chemopillen, blijft de ziekte nu al jaren onder controle. De tumoren zijn er nog, maar ze ‘slapen’. “Ze zijn niet weg, en dat zullen ze ook nooit zijn. Je weet alleen niet wanneer ze wakker worden. De punt achter mijn leven staat er, maar ik leef nog en heb kwaliteit van leven.”
Wat hem misschien wel het meest heeft geholpen om al die jaren vol te houden, is de manier waarop hij wordt benaderd in het ziekenhuis. Niet als nummer, maar als mens. Amsterdam UMC is groot, dat weet hij ook. Maar voor Dick voelt het nooit als onpersoonlijk, zodra hij de afdeling Medische Oncologie oploopt. Na verloop van tijd kent hij zijn weg, de mensen, de routines en de mensen kennen hem.
Vanaf het begin merkt hij dat er ruimte is voor overleg en nuance. Behandelingen worden niet zomaar opgelegd; steeds opnieuw wordt gekeken naar wat verstandig is en wat past bij zijn situatie. “Het is hier altijd: wat zullen we doen? Gaan we door, stoppen we even, passen we iets aan? Dat gesprek blijft terugkomen. Dat geeft mij vertrouwen en een gevoel van regie”
Dat vertrouwen zit voor hem niet alleen in grote beslissingen, maar ook in de kleine dingen. In artsen die tijd voor je nemen, verpleegkundigen die hem bij zijn voornaam aanspreken en in simpele vragen die laten zien dat hij meebeslist.
Dicks betrokkenheid gaat verder dan alleen zijn eigen behandeling. Hij deed mee aan meerdere wetenschappelijke onderzoeken, onder andere via de Biobank, naar neuropathie, kunst en muziek bij kanker, en geur- en smaakbeleving tijdens chemo’s. “Ik doe daar graag aan mee. Ik heb er zelf iets aan en het helpt anderen. Zo probeer ik op mijn manier een bijdrage te leveren.”
Wat voor hem minstens zo belangrijk is, is dat in Amsterdam UMC alles samenkomt. Niet alleen zijn kankerzorg bij Cancer Center Amsterdam, maar ook alle zorg die daar omheen speelt. “Hier is alle verzamelde kennis en kunde op één plek. Als er iets is, ga ik hierheen. Altijd.”
En de afgelopen jaren was er nog weleens wat: Dick brak zijn schouder, kreeg een tia, een longembolie èn een bijnier-crisis als gevolg van zijn sinds kinderjaren aanwezige ziekte van Addison. Eén telefoontje naar de dienstdoende internist en hij kan direct op de spoedeisende hulp terecht. Het ziekenhuis kent hem, zijn dossier is compleet, de lijnen zijn kort. Dat Amsterdam UMC wat verder van zijn huis ligt, neemt hij voor lief. “Voor mij staat of valt alles met vertrouwen. Dit is echt mijn ziekenhuis."
Samen het verschil maken
Kanker raakt iedereen. Eén op de twee mensen krijgt er direct of indirect mee te maken. Stichting Cancer Center Amsterdam zet zich, samen met een team van professionals en betrokken donateurs, keihard in om onderzoek naar kanker bij Cancer Center Amsterdam mogelijk te maken. Iedere bijdrage, groot of klein, maakt impact.
Dankzij de steun van donateurs kunnen onderzoekers en zorgprofessionals samenwerken aan studies die direct relevant zijn voor patiënten. Nieuwe kennis uit het laboratorium vindt zo sneller zijn weg naar de behandelkamer. Dat betekent: meer behandelopties, beter afgestemde zorg en uitzicht op betere uitkomsten.
Dit is alleen mogelijk dankzij samenwerking. Van laborant tot verpleegkundige, van onderzoeker tot donateur: iedereen speelt een rol in de strijd tegen kanker. Samen maken we het verschil. En samen blijven we ons inzetten voor een toekomst waarin kanker te genezen is, voor iedereen.
Wilt u meer betekenen voor onderzoek naar kanker, op een manier die bij u past? Onze relatiemanagers vertellen u hier graag meer over.

